Het ging om de kick, de adrenaline, spanning.” Dat zei een 20-jarige vrouw uit Nieuwegein die wordt verdacht van betrokkenheid bij vijftien autobranden, vorig jaar november en december in Utrecht en Nieuwegein. Ook bekende ze ruiten te hebben ingegooid van een stadsbus en een woning in Utrecht.

Het Openbaar Ministerie eiste vandaag een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel (jeugd-tbs) en negen maanden jeugddetentie tegen haar. Ook zou de tienduizenden euro’s schadevergoeding moeten betalen.

Omdat het gaat om een kwetsbare jonge vrouw met psychische problemen, wordt ze berecht volgens het jeugdstrafrecht. Twee 15-jarige medeverdachten werden eerder al veroordeeld. Zij kregen door de kinderrechter onder meer taakstraffen en verplichte behandeling opgelegd.

Onrust in de wijk

De lange reeks brandstichtingen begon met twee autobranden op 27 november in de Utrechtse Rivierenwijk. De dagen daarna werden 13 auto’s in brand gestoken in Nieuwegein. Met name op zaterdag 1 december was het raak. Toen ging in de Nieuwegeinse wijken Zuilenstein en Batau-Noord de ene na de andere wagen in vlammen op.

Idee kwam van de krant

De vrouw ontkende in de rechtszaal aan alle brandstichtingen te hebben meegewerkt. In een aantal gevallen zou ze alleen op de uitkijk hebben gestaan, of enkel een aansteker of aanmaakblokje hebben aangegeven. Tijdens de autobranden op 28 november zou ze bij haar ouders thuis op de bank hebben gezeten. Maar volgens haar medeverdachten was ze bij alle branden betrokken.

Wie als eerste voorstelde om auto’s in brand te steken, wist de vrouw niet meer. De brandstichters waren op het idee gekomen door berichten in de krant. Het gebeurde zo vaak, dat het niet zo erg leek. Daders werden na de branden zelden gepakt en in de krant stond ook hoe het moest, zei de verdachte tegen de rechters. Een aanmaakblokje onder de motorkap tussen de grill schuiven en aansteken.



(Foto, archieffoto: D. Mastwijk)

Comments

comments

Geef een reactie